de beklimming
Voor zover bekend werd de Ararat voor het eerst beklommen in 1829 door de Duitse onderzoeker Friedrich Parrot. De Ararat is het beste te beklimmen in de nazomer, in de periode van juli tot en met september. Het is voor buitenlandse bergbeklimmers moeilijk om van de Turkse autoriteiten toestemming te krijgen voor de beklimming.
De zuidelijke route is de enige toegestane, alhoewel er tevens goede routes op de oostelijke helling liggen. De klim is lang, maar vanuit het zuiden is de route relatief makkelijk als men gebruik maakt van stijgijzers en pickels. Bergbeklimmers doen er meestal drie dagen over om de top te bereiken, terwijl de terugweg meestal in één dag wordt afgelegd. Kampen worden ingericht op twee specifieke locaties op de helling, die zich op hoogtes van 3200 meter en 4200 meter bevinden. Muilezels dragen het voedsel vanaf het startpunt - een verlaten dorpje met de naam Elikoyu - naar het eerste kamp. Een groot deel van de route loopt over een bergkam. Zo wordt de Ulkergletsjer vermeden die door de kloven in de diepte schuift. Het rotsachtige pad is duidelijk gemarkeerd. Boven de 5000 meter liggen de permanente ijsvelden, waar goed klimmateriaal (stijgijzers, pickels en touwen) onontbeerlijk zijn. Via een lange bergkam bereikt men de top, die weinig meer is dan een afgeronde heuvel die gemarkeerd wordt door steenmannetjes.
De zuidelijke route is de enige toegestane, alhoewel er tevens goede routes op de oostelijke helling liggen. De klim is lang, maar vanuit het zuiden is de route relatief makkelijk als men gebruik maakt van stijgijzers en pickels. Bergbeklimmers doen er meestal drie dagen over om de top te bereiken, terwijl de terugweg meestal in één dag wordt afgelegd. Kampen worden ingericht op twee specifieke locaties op de helling, die zich op hoogtes van 3200 meter en 4200 meter bevinden. Muilezels dragen het voedsel vanaf het startpunt - een verlaten dorpje met de naam Elikoyu - naar het eerste kamp. Een groot deel van de route loopt over een bergkam. Zo wordt de Ulkergletsjer vermeden die door de kloven in de diepte schuift. Het rotsachtige pad is duidelijk gemarkeerd. Boven de 5000 meter liggen de permanente ijsvelden, waar goed klimmateriaal (stijgijzers, pickels en touwen) onontbeerlijk zijn. Via een lange bergkam bereikt men de top, die weinig meer is dan een afgeronde heuvel die gemarkeerd wordt door steenmannetjes.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home